| Tweede Fase
De leerlingen in de Tweede Fase volgen een programma dat bestaat uit:
Het gemeenschappelijke deel is voor iedereen verplicht. In het gemeenschappelijke deel krijgt de leerling Nederlands, Engels, maatschappijleer, culturele- en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding. Atheneumleerlingen hebben bovendien ook nog algemene natuurwetenschappen en een moderne vreemde taal (Frans of Duits). Het profieldeel bereidt voor op een scala van vervolgopleidingen in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. De leerlingen kiezen één van de volgende profielen:
In het vrije deel moet de leerling vakken kiezen die aansluiten bij of een aanvulling geven op het gekozen profiel. Het vak godsdienst is voor elke leerling een verplicht vak in de gehele Tweede Fase. Onderwijs Mentoraat |
|
Naarmate de leerling verder komt in de Tweede Fase wordt er meer zelfstandigheid verwacht en krijgt hij/zij meer verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces.
|
|
Doorstroming havo-5 naar atheneum-5 Hoewel de 'gulden weg' die van havo-5 naar het Hoger Beroepsonderwijs is, bestaat ook de mogelijkheid om van havo-5 naar atheneum-5 door te stromen, om zo bijvoorbeeld een studie op wetenschappelijk niveau te kunnen gaan volgen. Deze weg volgen heeft alleen zin als je heel gemotiveerd bent en als de cijfers op havo-niveau boven gemiddeld zijn. Na havo-5 alleen maar naar atheneum-5 gaan omdat nog niet duidelijk is wat voor vervolgonderwijs gevolgd zal gaan worden, heeft weinig zin en is gedoemd te mislukken. Veel doorstromers struikelen omdat zij het niveau en het tempo onderschatten. Maar gelukkig zijn er ook veel doorstromers die zonder problemen het vwo-diploma behalen, omdat zij enorm gemotiveerd waren dat papiertje te pakken te krijgen. Leerlingen die doorstromen van havo-5 naar atheneum-5:
Leerlingen die willen doorstromen, moeten in eerste instantie contact opnemen met de decaan. |
Voor Frans 1 en Duits 1, maar ook voor enkele andere vakken is er aanvullend werk nodig. |
|
Faalangstreductietraining in de Tweede Fase Bijna iedereen kent het verschijnsel dat men voor een toets of examen een bepaalde spanning voelt. Dat is een heel normaal verschijnsel en in de meeste gevallen heeft die spanning zelfs een positieve uitwerking op de prestatie die geleverd moet worden. Anders wordt het als de spanning zo hoog oploopt, dat je eigenlijk niet helder meer kunt nadenken. Zeker op school, waar juist van je verwacht wordt, dat je je verstand gebruikt bij het houden van een presentatie of bij het maken van een toets, werkt die stress soms heel negatief. Sommige leerlingen hebben misschien wel het juiste niveau om met succes een toets af te sluiten, maar zijn door de zenuwen niet in staat te laten zien wat ze eigenlijk kunnen. Doordat ze dat ervaren hebben, is elke volgende toets een nog groter probleem. Goede adviezen als "maak je niet zo druk" blijken dan niet meer te helpen en stimulerende opmerkingen als "je kan het" verliezen al hun kracht. Het lijkt, dat je door de spanning in een uitzichtloze situatie terecht bent gekomen. Dat hoeft echter niet het geval te zijn. Op "De Willem" wordt in de brugklas een training gegeven aan leerlingen die met het probleem van faalangst te maken hebben, maar daarmee is het probleem niet altijd uit de wereld. Talloze leerlingen doorlopen de onderbouw zonder een spoor van angst of stress, maar eenmaal in de bovenbouw worden zij geconfronteerd met een verschijnsel, dat zij in eerste instantie nauwelijks herkennen. De spanning slaat toe. Dat is de reden, dat ook in de bovenbouw de mogelijkheid bestaat een faalangstreductietraining te volgen. Leerlingen die menen baat te hebben bij zo’n training kunnen dit aan de mentor kenbaar maken, waarna deze contact zoekt met de trainer. Meestal volgt er daarna een intakegesprek en wordt de Vragenlijst Studie Voorwaarden aan de betrokken leerling voorgelegd. Als er daarna inderdaad reden is te veronderstellen, dat er sprake is van faalangst, dan krijgt de leerling met zijn begeleider de gelegenheid om gedurende acht weken te werken aan het probleem. Op die manier hoopt de school - vaak overbodige - belemmeringen in het leerproces zoveel mogelijk weg te werken. |
Leerlingen die menen baat te hebben bij faalangsttraining kunnen dit aan de mentor kenbaar maken, waarna deze contact zoekt met de trainer.
|
27-07-2010 -bre
