Identiteit en godsdienst

De Willem, een open christelijke school.
Onderwijs en opvoeding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door ons onderwijs en door onze omgang met de leerlingen willen wij hen op hun taak en plaats in de samenleving voorbereiden. Daarbij laten we ons leiden door de bijbelse boodschap: God ziet reddend naar ons om, in Jezus Christus heeft het ware menszijn gestalte gekregen.

We beseffen dat we in een ontzuilde, pluriforme maatschappij leven: de levensbeschouwelijke stromingen zijn minder herkenbaar aanwezig, maar de veelkleurigheid is letterlijk en figuurlijk toegenomen. Tot in de vijftiger jaren had iedere richting haar eigen verbanden, waarin men zich thuis voelde en waar men op elkaar betrokken was. De sfeer en levensstijl waren er zoals thuis. De tijd dat de school een verlengstuk van een bepaalde kerkelijke richting was, is wat onze instelling aangaat, voorbij. We kunnen de leerlingen niet meer een bepaalde geloofsvisie opleggen. We zien de leerling van nu meer als een partner in het gesprek over geloofs- en levenszaken. We moeten zien, dat we met haar/hem in relatie treden, om wat ons bezighoudt te helpen verhelderen. In die communicatie moeten wij laten merken wat ons bezielt, aan welke waarden in het leven wij hechten, op welke toekomst wij hopen.

Wij zien de mens als een verantwoordelijk wezen. Tot ons klinken de vragen: 'Mens, waar ben je?, Wie ben je?, Wat doe je met jezelf, met je medemensen, met de schepping?'
Dat betekent dat de opvoeding gericht moet zijn op onderscheidingsvermogen: wat dient het leven zoals God het bedoelt?
Aanpassing aan de gang van zaken kan dan niet het eerste en het hoogste doel zijn. We moeten de leerlingen leren kijken naar de wereld en hen helpen niet aan onrecht en onverschilligheid voorbij te gaan. Gerelateerd aan de menswaardige taak en het ware menszijn betekent dat het 'Survival of the fittest' bij ons niet mag gelden.
Dat krijgt ook gestalte in onze zorg voor de leerlingen. Voor veel jongeren is het niet eenvoudig overeind te blijven bij alles wat er zich in hun leven afspeelt. Het (leer)gedrag is vaak een eerste signaal dat er iets mis is. Het met ontferming bewogen zijn zullen we dan in de praktijk moeten brengen. Leerlingen (en anderen) moeten in de school een zekere mate van geborgenheid ervaren. De onderlinge betrokkenheid, die door de ontzuiling duidelijk minder is geworden, kan zo opnieuw gestalte krijgen. Het vieren van de kerkelijke feesten moet daar een bijdrage aan geven, maar ook op dieptepunten moet onze identiteit merkbaar zijn.

'Mensen met de Geest zijn schaars geworden', zei Freek de Jonge onlangs. Hij hekelde de z.i. platte levensstijl van produceren, consumeren en (oppervlakkig) genieten. Als open christelijke school willen we bewust bezig zijn met vragen als 'Waartoe leven we? Waartoe voeden we op?' Ook met hen die niet in de christelijke traditie staan, zullen we dit gesprek aangaan. Om te zien wat ons verbindt en waar we ons samen sterk voor kunnen maken. We hopen zo iets van onze bezieling te laten merken, waardoor het leven diepgang krijgt en 'meer dan het gewone' in zich heeft.

Dit alles geven we ook gestalte door elke morgen met een dagopening te beginnen; we lezen een kort gedeelte uit de bijbel met een toepassing die aansluit bij de leefwereld van de jongeren en/of de actualiteit. Veel docenten doen dat aan de hand van het dagopeningsboekje "Oase". In de advents- en 40-dagentijd is de thematiek gericht op de naderende hoogtij-dagen. Ook Hemelvaart en Pinksteren krijgen aandacht. In of bij het bezig zijn met de identiteit speelt het lesuur godsdienst uiteraard een belangrijke rol.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Tot ons klinken de vragen: Mens, waar ben je?
Wie ben je?
Wat doe je met jezelf, met je medemensen, met de schepping?

   

 

 

26-07-2010 -bre