Vanaf het vierde leerjaar op de havo en het vwo volgt een leerling de Tweede Fase. Het programma in die periode bestaat uit:

  1. een gemeenschappelijk deel
  2. een profieldeel
  3. een vrij deel

Bij het gemeenschappelijk deel volgen leerlingen de vakken die verplicht zijn voor iedere leerling in de bovenbouw. Dit zijn: Nederlands, Engels, maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming (ckv) en lichamelijke opvoeding. Vwo-leerlingen krijgen ook de vakken algemene natuurwetenschappen en een tweede moderne taal (Frans of Duits).

Met het profieldeel bereidt de leerling zich voor op de vervolgopleiding die hij/zij op het hoger beroepsonderwijs (hbo) of wetenschappelijk onderwijs (wo) wil gaan volgen. Er kan worden gekozen uit de volgende profielen:

  • Cultuur en Maatschappij (C&M)
  • Economie en Maatschappij (E&M)
  • Natuur en Techniek (N&T)
  • Natuur en Gezondheid (N&G)

In het vrije deel kiest een leerling de vakken die aansluiten of een aanvulling zijn op de profielkeuze.

Het vak godsdienst is voor elke leerling een verplicht vak in de Tweede Fase.

Vecon Business School
Met ingang van het schooljaar 2014/2015 is CSG Willem van Oranje officieel Vecon Business School voor havo en vwo. Extra aandacht voor de economische aspecten van de maatschappij en de talenten van leerlingen, onder meer op het gebied van ondernemerschap, staan daarbij centraal. In het derde leerjaar maken de leerlingen een werkstuk over een economisch onderwerp, bijvoorbeeld naar aanleiding van een excursie naar de Rotterdamse haven. In de bovenbouw zijn er praktische opdrachten, maken de leerlingen een ondernemersplan, volgen zij een cursus boekhouden en zijn er presentaties door vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Als deze modules met goed gevolg worden afgesloten, ontvangen de leerlingen een VBS-certificaat.

Zelfstandigheid
In de Tweede Fase wordt een leerling stap voor stap voorbereid op meer zelfstandigheid. Dit gebeurt eerst nog onder begeleiding van de docent, maar op een gegeven moment wordt steeds meer zelfstandigheid verwacht en draait het om eigen verantwoordelijkheid.

Naast het verwerven van kennis spelen ook andere vaardigheden een rol in deze fase. Dan gaat het om het maken van een planning, van een werkstuk, samenwerken, interviewen en mondeling en schriftelijk presenteren.

In havo-5 en vwo-6 moet de leerling een profielwerkstuk schrijven, waarin een aantal praktische vaardigheden uit de Tweede Fase is terug te vinden.

Alle vakken in de Tweede Fase zijn examenvakken, met uitzondering van godsdienst.

Ouders van havo- en atheneum 4-leerlingen worden tijdens een speciale informatie verder ingelicht over de Tweede Fase.

Mentor
Iedere leerling krijgt in de Tweede Fase een eigen mentor voor de hele periode in de bovenbouw. Hij/zij begeleidt de leerling op sociaal-emotioneel gebied en bespreekt met de leerling de voortgang van de studie en van het profielwerkstuk.

Doorstromen naar vwo-5
De meeste havo-leerlingen kiezen na het behalen van hun diploma voor een hbo-opleiding. Een havo-leerling die naar de universiteit wil, kan ook doorstromen naar vwo-5. Motivatie en bovengemiddelde eindcijfers zijn daarbij een voorwaarde. Doorstromen naar vwo-5 om een studiekeuze uit te stellen, is gedoemd te mislukken. Veel doorstromers struikelen omdat zij het niveau en tempo onderschatten.

Leerlingen die doorstromen naar vwo-5:

  • krijgen vrijstelling voor de vakken algemene natuurwetenschappen, CKV en maatschappijleer.
  • vullen de vrijgekomen onderwijstijd in overleg met de conrector in.
  • moeten rekening houden dat Frans of Duits verplichte vakken zijn in het gemeenschappelijk deel.

(Zie ook onder Leerlingen/Decaan)

Faalangst
Examens en belangrijke presentaties kunnen bij leerlingen in de Tweede Fase leiden tot faalangst. Gezonde spanning kan een positieve invloed hebben op je prestaties, maar als de spanning belemmerend werkt, kan dat tot problemen leiden. Leerlingen die daar last van hebben/krijgen, kunnen faalangst-reductietraining volgen. Degenen die daar behoefte aan hebben, kunnen dit bij hun mentor melden. Die zoekt contact met een trainer. Ook wordt de Vragenlijst Studie Voorwaarden doorgenomen. Als aan de hand daarvan faalangst wordt vastgesteld, volgt er een training van acht weken. Op die manier wordt geprobeerd belemmeringen in het leerproces zo veel mogelijk weg te werken.